Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam], te [woonplaats], eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Dalfsen, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat er een heroverweging heeft plaatsgevonden op grond van het advies van de bezwarencommissie;
- dat in strijd met artikel 3:50 van Pro de Awb zonder motivering is afgeweken van het advies van de bezwarencommissie;
- dat niet inzichtelijk is gemaakt op welke manier het nader onderzoek naar de aanwezigheid van documenten die vallen onder de omvang van het Wob-verzoek heeft plaatsgevonden en hoe het komt dat er opeens stukken zijn aangetroffen, waarvan eerst is gezegd dat deze er niet waren. Ook is door verweerder geen inzicht gegeven in de aard en hoeveelheid van de openbaar gemaakte stukken en de aard en hoeveelheid van de stukken waarvan de openbaarmaking wordt geweigerd of waarom tekstgedeeltes in de stukken zijn geanonimiseerd.
- het primaire besluit herroepen;
- een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase toekennen;
- motiveren waaruit de uitgevoerde nadere zoekslag naar documenten die onder de reikwijdte van eisers Wob-verzoek vallen precies heeft bestaan. Daarbij dient verweerder met name inzichtelijk te maken waar en op welke manier is gezocht, wanneer dat is gebeurd, welke personen zijn bevraagd en welke vragen hen zijn gesteld. Bovendien dient verweerder toe te lichten waarom bepaalde documenten niet worden overgelegd, als dat het geval is, en waarom passages (per passage) zijn geanonimiseerd;
- alle documenten waarop het Wob-verzoek van eiser ziet openbaar maken, voorzien van een inventarislijst.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten, voor zover verweerder daarbij het Wob-verzoek van eiser niet afdoende heeft behandeld, en met uitzondering van de beslissing tot openbaarmaking van de reeds gevonden documenten en tot toekenning van de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,-- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.870,--.