Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] op 5 oktober 2020, pagina 694;
- Proces-verbaal van bevindingen (AMB.02.001), pagina 15 en 16;
- Het proces-verbaal van bevindingen op pagina 667 tot en met 669.
Dit gaat over [naam 2] . Dit was een vraag van de opdrachtgever de visserman’. Op vraag van de verbalisant wat de vraag dan was, heeft [medeverdachte 1] geantwoord: ‘
Die visserman die zegt dat die [naam 2] 8 miljoen verduisterd heeft en begreep niet waarom hij nog op vrije voeten liep. Hij had gehoord dat [naam 2] een deal had gesloten met het OM. De visserman zei dat hij en zijn familie waren bedreigd, hij huilde hier bijna bij. Ik vond dit wel zielig, ik wilde hierbij wel helpen. De visserman was bang dat het geld weg gesluisd werd. (..) Ik heb dit briefje van die visserman gehad. (..). [naam 6] zou deze officier van justitie zijn.
het ging over de uren die wij gemaakt hebben en dat wij hiervoor betaald zouden krijgen’. [19] Verdachte heeft het geld van [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] gegeven. [20]
van de observatiepolitie’. Daaruit blijkt dat diegene die de observatieklus zou gaan uitvoeren de hoedanigheid van politieambtenaar moest hebben. Om andere competenties werd door verdachte niet gevraagd. [medeverdachte 1] hoedanigheid als politieambtenaar was dus de enige reden dat hij werd gevraagd voor de observatieklus.
is er een deal OM-jvdl [naam 6]’. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij dit briefje bij het restaurant in IJmuiden van [medeverdachte 2] heeft gekregen. De rechtbank constateert dat op foto’s van het observatieteam is te zien dat verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [naam 5] tijdens die ontmoeting dichtbij elkaar zitten aan een kleine tafel (pagina 786). Bovendien blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 1] dat het briefje op dat moment ter sprake is gekomen. Gelet daarop kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte op de hoogte was van de inhoud van het briefje.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
opzettelijke uitlokking van opzettelijke schending van een ambtsgeheim door het verschaffen van gelegenheid en middelen, meermalen gepleegd;
medeplegen van aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen of aanbieden met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijke uitlokking van opzettelijke schending van een ambtsgeheim door het verschaffen van gelegenheid en middelen, meermalen gepleegd;
medeplegen van aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen of aanbieden met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten.
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;