Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
gemachtigde: P. Spoelstra.
Rechtbank Overijssel
Eiser ontving sinds 2013 een WIA-uitkering en een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Verweerder, het UWV, stelde na een melding van de gemeente Hengelo vast dat eiser werkzaamheden verrichtte bij Zorgcentra zonder dit te melden, wat leidde tot intrekking van de uitkering en toeslag vanaf 1 januari 2016 tot en met 31 december 2018, terugvordering van €48.909,36 en oplegging van een boete van €5.466,67.
Eiser voerde aan dat hij geen loon ontving en zijn werkzaamheden eerst als participant en vrijwilliger verrichtte, en dat hij dit gemeld zou hebben. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser werkzaamheden verrichtte zonder melding te maken, en dat eiser dit niet met tegenbewijs had weerlegd. Ook vrijwilligerswerk had gemeld moeten worden.
De rechtbank vond dat het UWV terecht had besloten tot intrekking, terugvordering en boeteoplegging, waarbij de boete proportioneel was gezien de omvang en duur van de overtreding. Er was geen sprake van schending van motiverings- of zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking, terugvordering en boete worden bevestigd.