Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser sub1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding met 12 producties van 30 november 2021;
- de akte met 5 producties van de zijde van [gedaagde] ;
- de akte met aanvullende producties 13 t/m 18, tevens wijziging van eis van de zijde van [eiser sub1] en [eiseres sub 2] ;
- de mondelinge behandeling op 9 december 2021, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- de pleitnota van de zijde van [eiser sub1] en [eiseres sub 2] ;
- de pleitnota van de zijde van [gedaagde] .
2.De vaststaande feiten
4.De beoordeling
bewustde verlichting aandoet op het moment dat [eiser sub1] en [eiseres sub 2] weggaan of thuiskomen. Ook [gedaagde] heeft recht op verlichting in en rond zijn huis. Daarnaast is onvoldoende gebleken dat dit gedrag hinderlijk is voor [eiser sub1] en [eiseres sub 2] . Van het aandoen van de buitenlamp – waarop dit deel van de vordering ziet, maar waarvan geen beelden zijn overgelegd – geldt hetzelfde. Deze vordering wordt dan ook afgewezen.