Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[eiseres],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
1.[gedaagde 1] ,wonende in [woonplaats] ,
[gedaagde 2],
wonende in [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Partijen sloten op 1 april 2021 een huurovereenkomst voor een woning met een maandelijkse huur van €935. [gedaagde 1] betaalde vanaf september 2021 geen huur meer, waardoor een achterstand van vier maanden ontstond. Daarnaast waren er klachten over geluidsoverlast, maar deze werden onvoldoende aannemelijk gemaakt.
[eiseres] vorderde in kort geding ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur, buitengerechtelijke incassokosten en bijkomende kosten. [gedaagde 1] gaf aan door omstandigheden tijdelijk niet te kunnen betalen, maar wilde een betalingsregeling hervatten.
De kantonrechter oordeelde dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden toegewezen bij grote waarschijnlijkheid van ontbinding in de bodemprocedure en bij spoedeisend belang. De huurachterstand van meer dan drie maanden rechtvaardigt ontbinding. De overlast was onvoldoende onderbouwd. De gevorderde incassokosten en bijkomende kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De kantonrechter veroordeelde [gedaagde 1] tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening en hoofdelijk tot betaling van de huurachterstand en de huur over de periode tot ontruiming. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand.