Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. M. Hoekstra en van wat door verdachte en de raadsvrouw mr. J. Klomp, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 7 december 2017, te Enschede, en/of Almelo, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, zijnde GHB, en/of
een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (XTC), zijnde MDMA (XTC), en/of
een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine en/of
een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD, zijnde LSD, en/of
een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of
een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2-cb, zijnde 2-cb,
een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, zijnde GHB, en/of
een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (XTC), zijnde MDMA (XTC), en/of
een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD, zijnde LSD, en/of
een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of
een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2-cb, zijnde 2-cb, en/of
- het leveren van contacten, dan wel afnemers, en/of
- het ter beschikking stellen van een bankrekening ten behoeve van (incidentele) betalingen door afnemers voor drugs, en/of
- het uitvoeren van een of meer incidentele verkopen van drugs;
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, en/of
geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, en/of
- ongeveer 0,17 gram amfetamine (SIN AAKS3946NL), in elk geval een hoeveelheid
van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, en/of
geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, en/of
geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of
geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of
geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of
hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of
geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of
hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of
van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of
AAFE5800NL), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD,
zijnde LSD, en/of
materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of
- ongeveer 6,20 gram (SIN AAKP8723NL), in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of
materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of
materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of
een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B, zijnde 2C-B
materiaal bevattende 2C-B, zijnde 2C-B,
hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B, zijnde 2C-B,
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- een schriftelijk bescheid, te weten een notitieblok met aantekeningen (pag. 109-115);
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 19 april 2018 (pag. 594-597)
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 15 mei 2018 (pag. 626-628).
een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (XTC) en
een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD en
een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en
een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2c-b,
- het leveren van een afnemer en/of
- het ter beschikking stellen van een bankrekening ten behoeve van incidentele betalingen voor drugs.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
1 subsidiair
medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
60 (zestig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
30 dagen;
mr. V. Wolting rechters, in tegenwoordigheid van mr. I. Potgieter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2021.