Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
op één of meer tijdstippenin de periode van 01 september 2018 tot 15 november 2018 te Delden, gemeente Hof van Twente de eer en
/ofde goede naam van [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en
/of[naam 7] heeft aangerand door tenlastelegging van bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door
aan buren, althansaan andere bewoners van de Nieuwstraat brieven te bezorgen of te sturen en
/ofbrieven en
/ofeen mail te sturen naar het Commissariaat voor de media en RTV Oost, waarin zij die bovengenoemde personen beschuldigt van het doen van valse aangiften, opruiing, vernielingen van ruiten, buitenverlichting en
/ofauto's, terwijl verdachte wist dat de ten laste gelegde feiten in strijd met de waarheid waren.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
137 (honderdzevenendertig) dagen;
120 (honderdtwintig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
[naam 2](feit 2 primair): van een bedrag van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 november 2018;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 250,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 november 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[naam 6](feit 2 primair): van een bedrag van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 september 2018;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 250,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 september 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;