Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
18 februari 2021naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
1.Procesverloop
- betrokkene;
- de advocaat van betrokkene;
- mevrouw M. van Leeuwen-Henrich, psychiater.
2.Beoordeling
:
g.Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Er is geen ziekte-inzicht of ziektebesef en betrokkene blijft erbij dat hij gewoon naar huis kan gaan. Gezien het verleden is er een reële kans dat hij terugvalt in zijn alcoholgebruik. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit: