Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam 1] en [naam 2] uit [woonplaats] , eisers,
het college van burgemeester en wethouders van Enschede, verweerder
[naam 3]te Gronau (de derde-partij)
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Enschede aan een derde-partij voor het gebruik van een pand als kamerverhuurpand voor zes personen. Eisers, buren van het pand, stelden beroep in tegen deze vergunning omdat niet werd voldaan aan de criteria uit de (verlengde) Tijdelijke beleidsregel "Onzelfstandige bewoning Enschede 2020" en de vergunning strijdig zou zijn met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelt dat het pand niet langer een bestaand kamerverhuurpand is en dat het gebruik als kamerverhuurpand in beginsel verboden is volgens het bestemmingsplan. Verweerder heeft de vergunning verleend met toepassing van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), stellende dat sprake is van bijzondere omstandigheden, maar de rechtbank stelt vast dat niet aan de criteria van de beleidsregel is voldaan en dat verweerder daarom niet bevoegd was de vergunning te verlenen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en het aanvullende besluit van 4 mei 2021 en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers. De vergunning wordt daarmee ingetrokken, maar de mogelijkheid tot een nieuwe vergunning blijft open onder de juiste voorwaarden en beleidsregels.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunning voor kamerbewoning wegens strijd met beleidsregel en bestemmingsplan.