ECLI:NL:RVS:2016:2985
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor vergroten balkons ondanks strijd met bestemmingsplan
Het algemeen bestuur verleende op 16 februari 2015 een omgevingsvergunning voor het vergroten van drie balkons aan de achtergevel van een gebouw in Amsterdam, in afwijking van het bestemmingsplan "Westelijke Binnenstad". De vergunning werd aangevochten door appellant die bezwaar maakte tegen de strijdigheid met de planregels en de wijze van vergunningverlening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de balkons als uitbreiding van het hoofdgebouw worden gezien en dat de vergunning terecht is verleend met toepassing van de binnenplanse afwijkingsregeling van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 1, van de Wabo, in samenhang met artikel 29, lid 29.5, van de planregels.
De Raad verwierp het betoog dat de buitenplanse kruimelgevallenregeling van toepassing zou moeten zijn en oordeelde dat het bouwplan geen bestemmingswijziging inhoudt. Daarnaast werden de aangevoerde privaatrechtelijke belemmeringen buiten beschouwing gelaten omdat deze niet tijdig waren ingebracht. Ook de bezwaren over privacy en lichtinval faalden omdat het algemeen bestuur een belangenafweging had gemaakt en de aantasting niet onevenredig was.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft van kracht.