Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de minister voor Rechtsbescherming, verweerder,
[naam 1]te Vriezenveen.
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de meerderjarige dochter van eiser en zijn ex-partner. De minister voor Rechtsbescherming had het verzoek van de dochter toegewezen, waarna eiser bezwaar maakte. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Overijssel.
De rechtbank overweegt dat het verzoek terecht is getoetst aan het Besluit geslachtsnaamswijziging en dat het personen- en familierecht niet van toepassing is op dit verzoek. De dochter heeft zelf en uit eigen wil het verzoek ingediend en was ten tijde van de aanvraag meerderjarig. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan haar zelfstandige besluitvorming.
Hoewel eiser stelt dat hij benadeeld wordt in zijn persoonlijke en vermogenssituatie en twijfelt aan de oorsprong van het verzoek, wordt dit niet gevolgd. De rechtbank stelt dat de minister bij de besluitvorming een belangenafweging heeft gemaakt en dat het belang van de dochter om haar naam te wijzigen zwaarder weegt dan het bezwaar van eiser.
De rechtbank wijst erop dat financiële geschillen tussen partijen civielrechtelijk zijn en losstaan van deze bestuursrechtelijke procedure. Ook is geen sprake van strijd met het ne bis in idem-beginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot naamswijziging blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot wijziging van de geslachtsnaam van zijn dochter wordt ongegrond verklaard.