Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Maatschap [bedrijf] , [naam 1] , [naam 2] , uit [plaats] , eiseres
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Overijssel
Eiseres, een maatschap, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen en de fosfaatgebruiksnorm op haar landbouwbedrijf in 2018. De boete werd in bezwaar gedeeltelijk gematigd, maar eiseres stelde beroep in tegen het besluit, met name over de hoogte van de boete en de toegepaste normen.
De rechtbank beoordeelde de juistheid van de gebruikte oppervlakte landbouwgrond, de berekening van mestvoorraden, de toepassing van forfaitaire normen en de berekening van de boete. Verweerder gebruikte de bij voorkeur gehanteerde methoden en gaf aan dat de forfaitaire normen niet met terugwerkende kracht waren aangepast. Eiseres voerde onder meer een BEX-berekening aan, maar deze werd niet als best beschikbare gegevens erkend.
De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de normen onjuist waren toegepast en dat de gebruikte berekeningen juist waren. Wel oordeelde de rechtbank dat de boete vanwege het matigingsbeleid bij overschrijding van de beslistermijn met 10% had moeten worden gematigd in plaats van 5%. Daarom werd de boete vastgesteld op een lager bedrag dan in het bestreden besluit.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres. Het beroep werd dus deels gegrond verklaard, met een lagere boete als gevolg.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op € 5.661,45 met een matiging vanwege de beslistermijn; het beroep is deels gegrond verklaard.