De zaak betreft beroepen van Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) en Vereniging Leefmilieu (VL) tegen de provincie Overijssel vanwege het niet handhaven van stikstofdepositie afkomstig van een veehouderij zonder geldige natuurvergunning. Eisers verzochten de provincie om handhavend op te treden tegen de ammoniakdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden, maar de provincie weigerde dit en stelde dat de depositie verwaarloosbaar was en de ecologische effecten gering.
De rechtbank oordeelt dat de provincie onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt wat de stikstoftoename precies is en welke gevolgen het niet-handhaven heeft voor de Natura 2000-gebieden. De provincie heeft de feitelijke situatie en de referentiesituatie onvoldoende in kaart gebracht en onvoldoende gemotiveerd waarom handhaving onevenredig zou zijn. Ook de aangevoerde toezeggingen van de minister en de situatie van andere veehouderijen kunnen dit niet rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de provincie op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met een zorgvuldige belangenafweging en feitelijke onderbouwing. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op voor het geval de termijn wordt overschreden en wijst een proceskostenvergoeding toe aan eisers.