Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
7 juli 2021 in de loods aan de [adres 2] zijn aangetroffen, niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet in de heffing waren betrokken.
‘Weet jij nog een klant voor sigaretten?’,waarop verdachte heeft geantwoord:
‘Ga ff vragen wat kost het’.[medeverdachte 1] heeft daarna laten weten:
‘GT 40.000 sloffen 15 euro per slof originele’, waarna verdachte heeft gevraagd:
‘Dus je zoekt iemand voor alles of ook gewoon los’.[medeverdachte 1] heeft vervolgens geschreven:
‘Alles. Anders kosten ze 25 euro’. Verdachte geeft daarop te kennen:
‘Ga vragen hoor je morgenmiddag’. [16] Verder heeft [medeverdachte 1] op 6 juli 2021 aan verdachte geschreven dat
‘ze morgen kunnen leveren’. Verdachte heeft daarop onder meer te kennen gegeven:
‘hoop niet al te laat morgen’. Het is de opsporingsambtenaar [naam] opgevallen dat zich in de lading onveraccijnsde sigaretten die op 7 juli 2021 in de loods is aangetroffen, ook sigaretten van het merk GT bevonden. [17]
‘of er geen raar luchtje aan zou zitten’. Er bleek echter wel een luchtje aan de vracht te zitten, want verdachte heeft verklaard dat hij in de loods een walm van tabak heeft geroken. Van het merk Rone had verdachte echter nog nooit gehoord. [19]
opzettelijkheeft overtreden. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is. Verdachte heeft met zijn handelen, ook al was zijn aanwezigheid in de loods en zijn hulp bij het lossen van korte duur, tenminste bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de te lossen goederen van beide containers onveraccijnsde sigaretten betroffen. In die zin heeft verdachte ten aanzien van alle aangetroffen onveraccijnsde sigaretten gehandeld met het voor een bewezenverklaring vereiste (voorwaardelijke) opzet. Voor deze vaststelling is niet vereist dat verdachte daadwerkelijk een doos met sigaretten heeft opgetild of dat hij wist welke wettelijke bepaling(en) precies werd(en) overtreden.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van Pro de Wet op de accijns opgenomen verbod.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van Pro de Wet op de accijns opgenomen verbod;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;