ECLI:NL:RBOVE:2022:1460
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening zorg- en huurtoeslag wegens niet-rechtmatig verblijf toeslagpartner
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Belastingdienst om het voorschot op de zorg- en huurtoeslag voor 2022 op nul euro vast te stellen, omdat haar toeslagpartner niet rechtmatig in Nederland verblijft. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de toeslagen toch toe te kennen, vanwege een spoedeisend financieel belang.
De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang, aangezien het bedrag van de toeslagen essentieel is voor het levensonderhoud van verzoekster en haar gezin. Verweerder betwist echter dat er een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat het besluit zal worden gewijzigd, mede omdat de toeslagpartner volgens de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) geen rechtmatig verblijf heeft en de bezwaar- en beroepsprocedures nog lopen.
De rechtbank overweegt dat de toeslagpartner geen verblijfsdocument heeft gekregen omdat hij onvoldoende heeft aangetoond dat hij geen verblijfsrecht meer heeft in Duitsland. Het beroep tegen deze beslissing wordt op een later moment behandeld. Gezien de onzekerheid over het rechtmatig verblijf en het ontbreken van concrete aanwijzingen dat het beroep gegrond zal worden verklaard, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om zorg- en huurtoeslag toe te kennen wordt afgewezen vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf van de toeslagpartner.