De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van de raad tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind, dat sinds oktober 2021 in een pleeggezin woont. De raad stelde dat de moeder door persoonlijke problemen onvoldoende stabiliteit en zorg kan bieden en dat het belang van het kind continuïteit en veiligheid vereist.
De moeder erkent haar tekortkomingen maar toont positieve ontwikkelingen en staat achter de plaatsing in het pleeggezin. De gecertificeerde instelling (GI) bevestigt dat het kind gedragsproblemen vertoont maar dat het contact met de moeder goed is.
De rechtbank overweegt dat het beëindigen van het gezag een ingrijpende maatregel is en dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een zorgvuldige belangenafweging vereist, waarbij het belang van het kind voorop staat. Gezien de jonge leeftijd van het kind, de positieve lijn bij de moeder en het ontbreken van bewijs dat het gezag schadelijk is, wordt het verzoek aangehouden.
De raad krijgt de gelegenheid om met een updaterapportage de situatie nader toe te lichten. De rechtbank zal de zaak op 3 oktober 2022 voortzetten om te beoordelen of het gezag alsnog beëindigd moet worden of dat voortzetting in het vrijwillig kader mogelijk is.