ECLI:NL:RBOVE:2022:2015
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon bij toekenning WIA-uitkering bij all-in loon en toepassing Dagloonbesluit
Eiser, werkzaam als taxichauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekte. Verweerder stelde het dagloon vast op basis van een all-in loon, waarbij vakantiegeld en vakantiedagen maandelijks werden uitbetaald en dus onderdeel waren van het reguliere loon. Eiser stelde dat er sprake was van een incidentele inkomstenvermindering door verlof in augustus 2018 en dat artikel 17 van Pro het Dagloonbesluit toegepast moest worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de gegevens uit de polisadministratie, aangezien eiser geen bewijs leverde dat deze onjuist waren. Het all-in loon werd bevestigd door de arbeidsovereenkomst en loonstroken waaruit bleek dat vakantiegeld en vakantiedagen maandelijks werden uitbetaald. De rechtbank concludeerde dat het dagloon correct was berekend door het loon te delen door 261.
Verder stelde de rechtbank dat artikel 17 van Pro het Dagloonbesluit niet van toepassing was omdat er geen overeengekomen verlof was vastgesteld tussen werkgever en werknemer voor de betreffende periode. Het feit dat eiser tijdens verlof geen vakantierechten opbouwde, maakte geen verschil in de toepassing van het artikel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van het dagloon voor de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.