Betrokkene werkte vanaf 1 juli 2013 op uitzendbasis bij een inlener die van 22 juli tot 11 augustus 2013 wegens vakantie gesloten was. Tijdens deze periode verrichtte betrokkene geen arbeid en ontving hij geen loon. Hij stelde dat dit onbetaald verlof was en dat deze periode daarom buiten beschouwing moest blijven bij de berekening van zijn WW-dagloon.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard en het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vernietigd, omdat volgens de rechtbank sprake was van onbetaald verlof op grond van een stilzwijgende overeenkomst met de werkgever.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het begrip 'verlof' in het Dagloonbesluit vereist dat er een overeenkomst is tussen werkgever en werknemer over het niet verrichten van arbeid. Omdat betrokkene niet vooraf op de hoogte was van de bedrijfssluiting en geen overeenkomst is gesloten over onbetaald verlof, kan deze periode niet als zodanig worden aangemerkt.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor toewijzing van proceskosten.
Deze uitspraak verduidelijkt dat onbetaald verlof in het kader van de dagloonberekening niet kan worden aangenomen zonder een expliciete of stilzwijgende overeenkomst tussen werkgever en werknemer.