Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
primair), dan wel, al dan niet opzettelijk, aldaar professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij niet over de daarvoor vereiste gespecialiseerde kennis beschikte (
subsidiair);
primair), dan wel, al dan niet opzettelijk, aldaar professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij niet over de daarvoor vereiste gespecialiseerde kennis beschikte (
subsidiair);
primair), dan wel, al dan niet opzettelijk, aldaar professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij niet over de daarvoor vereiste gespecialiseerde kennis beschikte (
subsidiair).
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- de aanwezigheid van het vuurwerk, al dan niet in de onmiddellijke nabijheid van de dader. Daarbij geldt dat de eigendomsvraag van het vuurwerk er niet toe doet en het ook niet van belang is waar het vuurwerk zich bevindt. Wel is van belang dat de dader over het vuurwerk kan beschikken. Deze beschikking hoeft niet onmiddellijk te zijn;
- een (machts)relatie tussen verdachte en het vuurwerk. Daarbij geldt dat het enkel onder zich hebben nog niet zonder meer ‘voorhanden hebben’ oplevert, alsmede dat er een zekere relatie dient te bestaan tussen het vuurwerk en de dader in de zin dat er met betrekking tot het vuurwerk een zekere machtsuitoefening mogelijk moet zijn en dat het gaat om een zekere handelingsbevoegdheid (beschikkingsmacht), waarvan ook sprake kan zijn als men geen zeggenschap heeft over het vuurwerk, maar wel over de plaats waar het zich bevindt;
- bewustheid van de dader met betrekking tot de aanwezigheid van het vuurwerk. Daarbij geldt dat bij de dader een meerdere of mindere mate van bewustheid moet bestaan ten opzichte van het aanwezig hebben van het vuurwerk en dat een verweer, inhoudende een ontkenning van de bewustheid, onderbouwd en van een niet al te hoog sprookjesgehalte zal moeten zijn;
primair), dan wel, al dan niet opzettelijk, aldaar professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij niet over de daarvoor vereiste gespecialiseerde kennis beschikte (
subsidiair). Weliswaar is verdachte in de nabijheid van de loods aangetroffen en aangehouden, maar de rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte de beschikkingsmacht heeft gehad over het professioneel vuurwerk (10.800 vlinders en 684 mortierbommen (shells)) dat in de genoemde loods in Kleve is aangetroffen, noch dat hij zich bewust is geweest van de aanwezigheid van dat vuurwerk aldaar. De rechtbank zal verdachte daarom van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde vrijspreken.
opzettelijkdoor verdachte zijn begaan.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 lid 1 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 lid 1 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
- een gevangenisstraf van vijftien maanden met aftrek van het voorarrest, en;
- een geldboete van € 74.000,--.
26 september 2017 in verzekering gesteld. Op dat moment is de redelijke termijn aangevangen waarbinnen verdachte dient te worden berecht. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De datum van dit vonnis betreft 27 juli 2022, wat een forse overschrijding van de redelijke termijn betekent, ook al zijn er Europese Onderzoeksbevelen uitgevaardigd en hebben er meerdere getuigenverhoren plaatsgevonden. De rechtbank zal deze overschrijding verdisconteren in de strafmaat door de op te leggen gevangenisstraf te verminderen en daarnaast een geldboete op te leggen. Omdat bij verdachte na zijn aanhouding een contant geldbedrag van ruim € 12.500,-- is aangetroffen, hij ter terechtzitting heeft verklaard dat hij wel eens wat in vuurwerk heeft gehandeld en het een feit van algemene bekendheid is dat de handel in illegaal vuurwerk lucratief is, acht de rechtbank in deze strafzaak dat bedrag als geldboete – met het oog op het strafdoel van de vergelding – op zijn plaats.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden;
een geldboete van € 12.500,-- (zegge: twaalfduizend en vijfhonderd euro);
97 (zevenennegentig) dagen;
verklaart verbeurdde in beslag genomen
stickers;
teruggave aan verdachtevan de in beslag genomen
systeemkast (computer, Antec) en harde schijven (4 stuks).