ECLI:NL:RBOVE:2022:2172
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen invordering dwangsommen wegens overtreding sluitingstijden poolcafé
Eiser exploiteert een poolcafé waarvoor hij een exploitatievergunning heeft met sluitingstijden. Verweerder legde dwangsommen op wegens overtreding van deze sluitingstijden op 1 en 6 maart 2020. Eiser betwistte de overtredingen en voerde onder meer aan dat hij handelde volgens een vaste praktijk binnen de gemeente, dat het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel waren geschonden, en dat de overtredingen gering waren. Ook stelde hij dat zijn financiële situatie vanwege coronamaatregelen invordering onmogelijk maakte.
De rechtbank oordeelt dat de overtredingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden omdat na sluitingstijd nog publiek aanwezig was. De vaste praktijk is onvoldoende aannemelijk gemaakt en het vertrouwensbeginsel faalt. Het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs van ongelijke behandeling. De geringe mate van overtreding en financiële omstandigheden leiden niet tot afzien van invordering, mede gelet op vaste jurisprudentie en het bestaan van een betalingsregeling.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het invorderingsbesluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A. Oosterveld en griffier F.F. van Emst op 25 juli 2022 te Zwolle.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van € 6.000 aan dwangsommen wordt ongegrond verklaard en het invorderingsbesluit blijft in stand.