Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De procesafspraken
De rechtbank heeft aangegeven te zullen bevorderen dat conform artikel 533 lid 4 Sv Pro de raadkamer zoveel mogelijk is samengesteld uit de leden die op de terechtzitting over de zaak hebben gezeten.
4.De voorvragen
5.De bewijsmotivering
opzettelijkheeft overtreden. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is. Uit de door verdachten afgelegde verklaringen, waaruit blijkt dat het de verdachte bekend was dat in de fabriek illegaal sigaretten geproduceerd werden, concludeert de rechtbank dat verdachte willens en wetens (en dus opzettelijk) de onveraccijnsde sigaretten en tabak (mede) voorhanden heeft gehad. Voor deze vaststelling is overigens niet vereist dat verdachte wist welke wettelijke bepaling(en) precies werd(en) overtreden.
6.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5, eerste lid onder b, van de Wet op de accijns opgenomen verbod.
7.De strafbaarheid van verdachte
8.De strafmotivering
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5, eerste lid onder b, van de Wet op de accijns opgenomen verbod;
geen straf of maatregelzal worden opgelegd;
teruggave aan verdachtevan het in beslag genomen geldbedrag van
€ 960,--.