Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- het (tussen)vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 13 maart 2021, waarbij in de hoofdzaak een deskundigenrapportage is aangekondigd;
- het vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 12 juni 2019, waarbij in de hoofdzaak tussentijds hoger beroep is opengesteld tegen het vonnis van 13 maart 2019;
- het vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 18 september 2019, waarbij tussentijds hoger beroep is opengesteld tegen het vonnis van 12 juni 2019;
- het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) van 8 juni 2021, hersteld op 6 juli 2021;
- de akte uitlating van de zijde van Rabobank;
- de antwoordakte tevens wijziging van eis (na hoger beroep in hoofdzaak) van de zijde van [A] ;
- de akte uitlating wijziging eis van de zijde van Rabobank.
2.Waar gaat de zaak over?
3.De verdere beoordeling
in conventie
- griffierecht € 895,00
- salaris advocaat
- verstrekte en/of te verstrekken geldleningen,
- verleende en/of te verlenen kredieten,
- door de debiteur ten behoeve van de bank gestelde borgtochten en/of contragaranties,
- door de bank afgegeven en/of af te geven borgtochten en/of (bank)garanties,
- huidige en/of toekomstige parallelle schulden jegens de bank als zekerhedenagent,
- huidige en/of toekomstige regresvorderingen,
- huidige en/of toekomstige vorderingen krachtens subrogatie,
- huidige en/of toekomstige financiële instrumenten, waaronder mede begrepen derivatencontracten, en/of
- uit welken anderen hoofde dan ook.