ECLI:NL:RBOVE:2022:3080

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 oktober 2022
Publicatiedatum
24 oktober 2022
Zaaknummer
C/08/286697 / KG RK 22-405
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking gehele rechtbank Overijssel ongegrond verklaard

Verzoekster, RkI Consultancy & Advies B.V., heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de gehele rechtbank Overijssel in verband met een lopende bestuursrechtelijke procedure over een Wob-besluit van de staatssecretaris van Financiën. Zij stelde dat de rechtbank onvoldoende vertrouwelijkheid betrachtte ten aanzien van haar gegevens, wat de onpartijdigheid van de rechtbank zou aantasten.

De wrakingskamer overwoog dat een wrakingsverzoek volgens artikel 8:15 Awb Pro alleen kan worden gericht tegen individuele rechters die een zaak behandelen en niet tegen het gehele college. Het verzoek van verzoekster richtte zich niet tegen een specifieke rechter en betrof het hele college, waardoor het verzoek niet ontvankelijk was.

Voorts oordeelde de wrakingskamer dat het enkele feit dat in brieven van de rechtbank niet expliciet werd ingegaan op het verzoek om vertrouwelijkheid onvoldoende is om te concluderen dat de onpartijdigheid van de rechter in het geding is. De motivering van procesbeslissingen kan slechts in uitzonderlijke gevallen aanleiding geven tot wraking, wat hier niet aan de orde was.

Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting ongegrond en wees het verzoek af. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de gehele rechtbank Overijssel is ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: C/08/286697 / KG RK 22-405
Beslissing van 20 oktober 2022
in de zaak van
RkI Consultancy & Advies B.V.,
gevestigd in Enschede,
vertegenwoordigd door [X] (directeur),
verzoekster tot wraking.

1.De procedure

1.1.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het Wob-besluit van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst van 11 juni 2021. Dit beroep is bij deze rechtbank geregistreerd onder zaaknummer ZWO 21/1464 WOB.
1.2.
Op 27 september 2022 heeft verzoekster het verzoek tot wraking gedaan van “
niet alleen de betrokken personen bij deze zaak maar de Rechtbank Overijssel in zijn geheel” en deze zaak via de Raad voor de Rechtspraak toe te wijzen aan een andere rechtbank.

2.De beoordeling

2.1.
Aan haar verzoek tot wraking legt verzoekster ten grondslag dat in de brieven van de rechtbank van 22 en 23 september 2022 – waarbij het verzoek van verzoekster om uitstel van de behandeling van het beroep op de zitting van 6 oktober 2022 is gehonoreerd en een vooraankondiging van een nieuwe zittingsdatum op 7 december 2022 is gedaan – ten onrechte niet is ingegaan op haar eerder, tegelijk met het uitstelverzoek gedane verzoek om een terugkoppeling te geven op de melding van verzoekster, kort gezegd, dat de rechtbank de vertrouwelijkheid van de gegevens van verzoekster onvoldoende beschermt. Volgens verzoekster kan zij daardoor niet anders concluderen dan dat de rechtbank met deze brieven een ander doel nastreeft dan een zorgvuldige, adequate en onafhankelijke behandeling van de bij haar ingediende beroepschriften en dat zij niet vertrouwelijk omgaat met de gegevens die een van de partijen in het kader van een zaak aanlevert.
2.2.
Het verzoek is ongegrond. De wrakingskamer overweegt daartoe als volgt.
2.3.
Ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.4.
In de bestuursvergadering van 10 november 2020 is het “Wrakingsprotocol rechtbank Overijssel” (hierna: het Wrakingsprotocol) vastgesteld. Het Wrakingsprotocol is op 1 april 2021 in werking getreden en bevat de uitgangspunten die de rechtbank Overijssel in acht neemt bij de behandeling van een verzoek om wraking.
Artikel 5 lid 2 sub e van Pro het Wrakingsprotocol bepaalt dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk kan verklaren indien het verzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter of is gericht tegen het hele college.
2.5.
Artikel 8:15 van Pro de Awb bepaalt dat een wrakingsverzoek slechts betrekking kan hebben op elk van de rechters die een zaak behandelen. Onder het “behandelen van een zaak” valt elke rechterlijke bemoeienis met een zaak, van welke aard en omvang dan ook. Wraking van een heel college is niet mogelijk (HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977). Daarnaast stelt de wrakingskamer vast dat het verzoek zich niet richt tegen de behandelend rechter. Aan het bepaalde in artikel 8:15 Awb Pro wordt dan ook niet voldaan.
2.6.
Voor zover het verzoek gericht is tegen de motivering van de uitstelbeslissing, overweegt de wrakingskamer dat zij – gezien het gesloten stelsel van rechtsmiddelen – geen oordeel mag geven over de juistheid van de motivering van (proces)beslissingen, tenzij de motivering in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden opgevat dan dat de beslissing met vooringenomenheid van de rechter is gegeven. Kortom: een rechterlijke (proces)beslissing als zodanig is nooit grond voor wraking, de motivering van een dergelijke beslissing zelden (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). Het enkele gegeven dat in de brieven van de rechtbank van 22 en 23 september 2022 niet is gerefereerd aan het verzoek van verzoekster om de vertrouwelijkheid van haar gegevens te beschermen is onvoldoende om te kunnen concluderen dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is. Verzoekster heeft dit verder ook niet toegelicht.
2.7.
Het voorgaande leidt ertoe dat het verzoek op de voet van artikel 5 lid 2 sub e van Pro het Wrakingsprotocol kennelijk ongegrond is.

3.De beslissing

De wrakingskamer
- verklaart het verzoek ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. U. van Houten, C. Verdoold en H. Manuel, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2022.
de griffier, de voorzitter,
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.