ECLI:NL:RBOVE:2022:3648

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 december 2022
Publicatiedatum
7 december 2022
Zaaknummer
ak_22_2020
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:1 AwbArt. 1:3 AwbArt. 4.1.1 WmoArt. 8:7 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens ontbreken bestuursorgaan bij Veilig Thuis

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een brief van Veilig Thuis Noord Oost Gelderland van 21 oktober 2022. De rechtbank onderzoekt haar bevoegdheid op grond van de Awb en stelt vast dat verweerder een privaatrechtelijke stichting is zonder openbaar gezag.

De rechtbank overweegt dat verweerder geen bestuursorgaan is zoals bedoeld in artikel 1:1 Awb Pro, omdat zij geen publiekrechtelijke bevoegdheid heeft om eenzijdig rechtsposities te bepalen. De brief van 21 oktober 2022 betreft slechts een uitnodiging voor een klachtgesprek en is geen besluit in de zin van de Awb.

Daarom verklaart de bestuursrechter zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep. De rechtbank wijst erop dat eiser zich tot de burgerlijke rechter kan wenden indien hij een vordering wenst in te stellen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat verweerder geen bestuursorgaan is en de brief geen besluit vormt.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 22/2020

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

Veilig Thuis Noord Oost Gelderland, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een brief van verweerder van 21 oktober 2022.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting niet nodig is, omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is.
Welke rechtbank in Nederland is bevoegd?
2.1
De rechtbank stelt vast dat uit de van verweerder bekende informatie is gebleken dat zij is gevestigd in Apeldoorn.
2.2
Ingevolge artikel 8:7, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit van een bestuursorgaan van een provincie, een gemeente of een waterschap dan wel tegen een besluit van een gemeenschappelijk orgaan, een bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie of een bestuursorgaan van een openbaar lichaam dat is ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, bevoegd de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het bestuursorgaan zijn zetel heeft.
Op grond van het tweede lid van dit artikel – voor zover hier relevant – is, indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit van een ander bestuursorgaan, bevoegd de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats in Nederland heeft.
2.3
Gelet op het hierna volgende oordeel van de rechtbank over het voorliggende geschil, is zij van oordeel dat zij op grond van het bepaalde in artikel 8:7, tweede lid, van de Awb de bevoegde rechtbank is om deze zaak te behandelen.
Is de bestuursrechter van de rechtbank bevoegd?
3.1.
De bestuursrechter overweegt met betrekking tot het aan haar voorgelegde geschil het volgende.
3.2.
Volgens artikel 1:1, eerste lid, van de Awb wordt onder een bestuursorgaan wordt verstaan:
a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
3.3.
Verweerder is op 15 december 2016 opgericht en sinds 1 januari 2017 operationeel. Verweerder werkt in opdracht van 22 gemeenten in Noord Oost Gelderland. Verweerder is een zelfstandige stichting op grond van Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Jeugdwet.
3.4.
Naar het oordeel van de bestuursrechter is verweerder een privaatrechtelijke rechtspersoon en geen bestuursorgaan dan wel een krachtens publiekrecht ingesteld orgaan van een rechtspersoon, als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb.
3.5.
De bestuursrechter zal thans beoordelen of verweerder een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb is. Daarvoor is bepalend of aan dat orgaan een publiekrechtelijke bevoegdheid tot het eenzijdig bepalen van de rechtspositie van andere rechtssubjecten is toegekend. Openbaar gezag kan in beginsel slechts bij wettelijk voorschrift worden toegekend. Als een daartoe strekkend wettelijk voorschrift ontbreekt, is een orgaan van een privaatrechtelijke rechtspersoon in beginsel geen bestuursorgaan.
Bij organen van privaatrechtelijke rechtspersonen die geldelijke uitkeringen of op geld waardeerbare voorzieningen aan derden verstrekken, kan zich evenwel een uitzondering op deze regel voordoen, waardoor die organen toch bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb zijn.
3.6.
Met ingang van 1 januari 2015 is de Wmo in werking getreden.
Ingevolge artikel 4.1.1, eerste lid, van de Wmo draagt het college zorg voor de organisatie van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (hierna: AMHK).
In het tweede lid zijn de taken van het AMHK neergelegd, waaronder begrepen het fungeren als meldpunt voor gevallen of vermoedens van kindermishandeling en het naar aanleiding van een melding van (een vermoeden van) kindermishandeling onderzoeken of daarvan daadwerkelijk sprake is.
3.7.
Gelet op het voorgaande is verweerder naar het oordeel van de bestuursrechter niet met enig openbaar gezag bekleed, zodat verweerder ook geen bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb is.
3.8.
Nu verweerder geen bestuursorgaan in de zin van Awb is, is de bestuursrechter van de rechtbank niet bevoegd van het door eiser ingestelde beroep kennis te nemen.
4. De bestuursrechter wijst eiser nog op artikel 8:71 van Pro de Awb waarin is bepaald dat voor zover uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld, dit in de uitspraak wordt vermeld. De burgerlijke rechter is aan die beslissing gebonden.
5. De bestuursrechter overweegt nog ten overvloede dat in het geval verweerder wel als bestuursorgaan gekwalificeerd had moeten worden, de brief van verweerder van 21 oktober 2022 niet aan te merken is als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Deze brief bevat slechts een uitnodiging voor een klachtgesprek. Deze uitnodiging is niet op enig rechtsgevolg gericht, zodat geen sprake is van een besluit in de zin van de Awb waartegen bezwaar dan wel beroep openstaat.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank (de bestuursrechter) verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, rechter, in aanwezigheid van
Y. van Arnhem, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.