Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Almelo,
2.[eiser]
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De beslissing in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
656,00
656,00
Rechtbank Overijssel
De gemeente Almelo is eigenaar van een perceel grond dat zij in 2013 in gebruik gaf aan eiser [eiser]. Later werd het perceel ook in gebruik genomen door gedaagden [gedaagde 1] c.s. na toestemming van [eiser]. In 2021 en 2022 zegden zowel [eiser] als de gemeente de gebruiksovereenkomsten op, waarna gedaagden het perceel zonder recht of titel bleven gebruiken.
De gemeente vorderde in kort geding ontruiming van het perceel door gedaagden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente een voldoende spoedeisend belang had en dat het aannemelijk was dat gedaagden geen zelfstandig gebruiksrecht hadden. De verstoorde verstandhouding tussen partijen versterkte de noodzaak van ontruiming.
De voorzieningenrechter veroordeelde gedaagden om het perceel binnen twee maanden ontruimd te verlaten en stelde dat de kosten van een gedwongen ontruiming voor hun rekening zijn. Tevens werden gedaagden veroordeeld in de proceskosten en werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming van het perceel binnen twee maanden na betekening van het vonnis.