Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
4 november 2022.
mr. A.I. Sarantoudis en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J.B.A. Kalk, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
“Tot 10 dagen ongemak in de zin van pijn/zwelling/beperking mondopening. Eventuele uitval van het gevoel van de wangkoon/zijkant neusrug links/tandvlees van de bovenkaak (gevolg van de breuk van het jukbeen, niet de ingreep an sich) kan maanden duren (6-9 maanden).”Uit de toelichting van [slachtoffer 2] bij de vordering die hij als benadeelde partij heeft ingediend, volgt dat hij ongeveer twee weken niet heeft kunnen werken en ongeveer zes maanden voorzichtig heeft moeten zijn bij het uitoefenen van dagelijkse bezigheden. Ook volgt uit de toelichting dat [slachtoffer 2] langdurig last heeft gehad van pijn en een verdoofd gevoel en ruim twee jaar later nog een raar tintelend gevoel en een verandering in de vorm van zijn gezicht ervaart. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat dit letsel zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 82 Sr Pro oplevert.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl dat geweld
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
8.De schade van benadeelde
€ 2.424,90 [tweeduizendvierhonderdenvierentwintig euro en negentig cent], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
:openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl dat geweld
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) dag;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
€ 2.424,90 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2020) met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.424,90, (zegge: tweeduizendvierhonderdvierentwintig euro en negentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 34 dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan).
Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
mr. C.E. Vording, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.K. van Haren, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 november 2022.