Partijen zijn in 2007 getrouwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben in 2021 hun echtscheiding uitgesproken gekregen. In het echtscheidingsconvenant is geregeld dat de woning aan de man wordt toebedeeld en dat de vrouw uiterlijk op 31 december 2022 uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek zou worden ontslagen, mits de man tijdig een hypotheekaanbieding verkrijgt.
De man heeft geen hypotheekaanbieding verkregen en de vrouw is daardoor nog steeds hoofdelijk aansprakelijk. De vrouw vordert in kort geding dat de man meewerkt aan de verkoop van de woning en aan de levering daarvan, omdat zij niet langer in onverdeeldheid wil blijven zitten en risico loopt door haar aansprakelijkheid. De man betwist dat de vrouw recht heeft op overwaarde en wil eerst het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid regelen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij verkoop en dat de man nog tot 15 maart 2023 de gelegenheid krijgt om het ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid te regelen. Indien dit niet lukt, moet de man meewerken aan verkoop en levering. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.