ECLI:NL:RBOVE:2023:2166

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 juni 2023
Publicatiedatum
13 juni 2023
Zaaknummer
297760 KG RK 23-240
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 lid 1 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na eindvonnis

Verzoeker heeft op 4 juni 2023 een verzoek tot wraking ingediend tegen mr. W.R.H. Lutjes, rechter belast met de behandeling van een kantonzaak. Dit verzoek werd ingediend bij de wrakingskamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en vervolgens overgedragen aan de wrakingskamer van de rechtbank Overijssel.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 37 lid 1 Rv Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:1998:AD2977), waarin is bepaald dat een wrakingsverzoek in beginsel in elke stand van de procedure kan worden gedaan, maar uiterlijk vóór het wijzen van het eindvonnis. In deze zaak was het eindvonnis reeds op 30 mei 2023 gewezen, waardoor het verzoek te laat was ingediend.

Daarom verklaarde de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking en kwam zij niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek. De beslissing werd op 12 juni 2023 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Overijssel. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat het na het eindvonnis is ingediend.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: 297760 KG RK 23-240
Beslissing van 12 juni 2023
in de zaak van
[verzoeker] ,handelend onder de naam [eenmanszaak] ,
te [woonplaats] ,
verzoeker tot wraking.

1.De procedure

1.1.
Bij e-mail van 4 juni 2023 heeft verzoeker het verzoek tot wraking gedaan van
mr. W.R.H. Lutjes, rechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de kantonzaak die is geregistreerd onder zaaknummer 10190885 \ CV EXPL 22-3983. Het verzoek is ingediend bij de wrakingskamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en vervolgens ter behandeling in handen gesteld van de wrakingskamer van deze rechtbank.

2.De beoordeling

2.1.
De wrakingskamer overweegt dat uit artikel 37 lid 1 Rv Pro volgt dat een verzoek tot wraking in beginsel in elke stand van de procedure kan worden gedaan. Het verzoek moet evenwel zijn ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd (zie HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977). In dit geval is het verzoek gedaan nadat op 30 mei 2023 eindvonnis is gewezen. Het verzoek is dus te laat ingediend. Verzoeker is daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Om die reden komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek niet toe.

3.De beslissing

De wrakingskamer
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mrs. U. van Houten, H. Manuel en M.H. van der Lecq in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.