Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 529,00
Rechtbank Overijssel
De huurders zijn sinds 1 mei 2022 de woning aan een adres in woonplaats 2 van eiser gaan huren voor een periode van twee jaar tegen een maandelijkse huur van €1.600. Zij zijn in gebreke gebleven met de huurbetalingen vanaf december 2022 tot en met juni 2023, waardoor een huurachterstand van €6.400 is ontstaan. Eiser vordert ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur.
De kantonrechter stelt vast dat de huurders tekortgeschoten zijn in de nakoming van hun verplichtingen en dat deze tekortkoming ernstig genoeg is om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Ondanks het verzoek van de huurders om een langere ontruimingstermijn vanwege het ontbreken van een geldige ID-kaart, ziet de rechter geen aanleiding hiertoe omdat geen zicht is op verbetering van de situatie.
De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming toe met een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. Tevens worden de huurders hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de huur tot aan de ontruiming en de proceskosten. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten en machtiging tot inzet deurwaarder worden afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van de huurachterstand en huur tot ontruiming.