Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.Inleiding
5.Feit 1 en feit 2
- [slachtoffer 1] is een ex-vriendin. Hij heeft een keer met haar afgesproken bij [verdachte] thuis. Daar was ook een vriendin van [slachtoffer 1] bij, genaamd [slachtoffer 2] . (2)
- [medeverdachte 2] was daar ook. (4)
- [medeverdachte 1] heeft met [slachtoffer 1] gezoend. (6)
- [verdachte] heeft met [slachtoffer 2] gezoend. (7)
- [slachtoffer 1] deed haar kleren uit door iets wat [verdachte] tegen haar zei. Zij ging met haar knieën op het bed zitten, waarna [verdachte] haar vaginaal heeft gepenetreerd. (9, 11, 13)
- Het zou kunnen dat [medeverdachte 1] achter [slachtoffer 1] heeft gezeten. Hij heeft geprobeerd zijn penis in haar vagina te krijgen, maar dat lukte maar half, omdat hij zijn penis niet hard kreeg. (15, 17)
- Omdat hij hem niet meer hard kreeg zei hij ‘ [verdachte] , ga jij maar’ en daarop is [medeverdachte 1] weer met [slachtoffer 2] gaan zoenen. (16)
- [medeverdachte 1] weet nog dat hij [slachtoffer 2] over haar borsten heeft gewreven. (16)
- [verdachte] kreeg zijn penis op een gegeven moment niet meer hard. Toen heeft [medeverdachte 1] met [verdachte] van plek geruild. (15)
- [slachtoffer 1] was op 6 december 2020 met [slachtoffer 2] bij [verdachte] thuis. (2)
- [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren daar ook. (2, 4)
- Zij waren op [verdachte] ’s slaapkamer. (3)
- [verdachte] kende [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] niet. (4)
- [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn op een gegeven moment samen naar beneden gegaan en toen zijn zij ineens weggegaan. (18)
6.Feit 3
Nu mag ik erin’. Ook heeft [slachtoffer 3] [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] gepijpt. Zij was verstijfd en wist niet wat zij moest doen. Zij heeft de jongens meerdere keren weggeduwd en meer dan vijf keer gezegd: ‘
Het doet pijn’, ‘
Ik wil stoppen’. De jongens gingen door. Alles was onveilig, zo verklaart [slachtoffer 3] . Hierna heeft [slachtoffer 3] nog seks met [verdachte] gehad onder de douche.
Kap daarmee’, ‘
Ik wil het niet’, ‘
Ik heb pijn’. Zij werd door beide jongens genegeerd. Zij heeft vervolgens met beide jongens seks gehad en heeft beide jongens gepijpt.
Nee’ en ‘
Ik wil dit niet’ te zeggen, terwijl [medeverdachte 1] doorging met de seksuele handelingen.
Ik was net 14 jaar oud, wat moest ik beginnen”. Wel zijn er nuanceverschillen tussen de verklaringen die [slachtoffer 3] heeft afgelegd, maar deze zijn niet dusdanig dat daarmee de verklaringen van [slachtoffer 3] ongeloofwaardig worden. Verschillen tussen verklaringen kunnen immers veroorzaakt zijn door de feilbaarheid van het menselijk geheugen, teweeggebracht onder invloed van emoties, ontstaan door het delict of door het tijdsverloop. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de verdediging op dit punt.
Op een gegeven moment heb ik mij over gegeven, want het waren allemaal sportschool jongens. Ze luisterden niet naar een “Nee”. Ik was net 14 jaar oud, wat moest ik beginnen.’. [slachtoffer 3] heeft aanvullend bij de rechter-commissaris over dit moment verklaard: ‘
Op een gegeven moment dacht ik, ik lig hier nu als meisje met drie jongens om mij heen. Wat ga ik beginnen. Ik heb het toen opgegeven met nee zeggen en stop en ik wil dit niet. Ik heb me overgegeven en gehoopt dat het zo snel mogelijk voorbij was.’
.
Ik zat denk ik ook nog een beetje in de trance van, wat is er nou precies gebeurd. Ik had niet eens zo goed door dat het verkrachting was. Ik had altijd het gevoel dat verkrachting was: iemand die je de bosjes intrekt, en niet mensen die je gewoon kende.’. Tijdens haar aangifte heeft [slachtoffer 3] verklaard dat zij, nadat zij zich weer in de woning van [verdachte] bevond, alcohol kreeg aangeboden en dat zij hiertegen geen nee durfde te zeggen. Zij heeft ook verklaard: ‘
Ik weet nog dat ik me zwak begon te voelen. Ik werd dronken, slap en zwak. Ik was op dat moment alleen met [medeverdachte 3] en [verdachte].’. Ten aanzien van de seksuele handelingen heeft [slachtoffer 3] verklaard dat zij, terwijl [medeverdachte 3] en [verdachte] haar begonnen aan te raken over de kleding aan haar borsten en billen, heeft gezegd: ‘
Kap daarmee’, ‘
Ik wil het niet’, ‘
Ik heb pijn’. Ook heeft zij verklaard dat zij door beiden werd genegeerd en dat [medeverdachte 3] en [verdachte] toen seks met haar hebben gehad.
We hebben eerst gepraat, over hoe hun avond nadat ik weg was gegaan, was verlopen. (…) Uiteindelijk is het weer uitgelopen op seks met hun alle twee. De seks was om en om.’ Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 3] verklaard: ‘
Ik heb het wel weer aangegeven[dat ik geen seks met [medeverdachte 1] wilde].
Niet zoals ik op de zaterdag deed met ‘Nee’ etc. Ik wist op een gegeven moment dat het geen zin had. Op de tweede dag heb ik alsnog ‘Nee’ gezegd, ‘Ik wil dit niet’.’ Op de vraag op welke wijze [slachtoffer 3] deze dag gedwongen werd om seks te hebben met [medeverdachte 1] , heeft [slachtoffer 3] bij de rechter-commissaris geantwoord: ‘
Weer door het doorgaan. Het maakte niet uit wat ik zei. Ik heb eigenlijk geen idee meer precies hoe hij dat deed, dat dwingen.’.
Nu mag ik erin’. [verdachte] stond op dat moment in de kamer en heeft niet verhinderd dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] de seksuele handelingen bij [slachtoffer 3] hebben verricht. Ook heeft [slachtoffer 3] [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] gepijpt. Deze feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de conclusie dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] .
7.Feit 4
8.Feit 5
9.De bewezenverklaring
10.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
11.De strafbaarheid van verdachte
12.De op te leggen straf of maatregel
13.De schade van benadeelden
14.De toegepaste wettelijke voorschriften
15.De beslissing
strafbaarheid feiten
jeugddetentievoor de duur van
15 (vijftien) maanden;
7 (zeven) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de veroordeelde voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de veroordeelde:
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de veroordeelde:
aan [slachtoffer 1] (feit 1)
aan [slachtoffer 3] (feit 3)
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van na te noemen bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente telkens vanaf na te noemen datum, ten behoeve van de betreffende benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van na te noemen aantal dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
aan [slachtoffer 3] (feit 3)