Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
9 oktober 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een jeugdige verdachte die samen met andere minderjarige jongens tijdens een schoolkamp in de Belgische Ardennen ontuchtige handelingen pleegde met een 15-jarig meisje. Het hof had vastgesteld dat verdachte en anderen het initiatief namen tot een spel waarbij het meisje steeds verdergaande seksuele handelingen moest verrichten in een kleine ruimte met vier jongens. De seksuele handelingen vonden zeer kort na elkaar plaats en met meerdere personen die het meisje nauwelijks kende.
De verdediging voerde aan dat de handelingen vrijwillig waren en dat het geringe leeftijdsverschil en de hedendaagse seksuele moraal het ontuchtige karakter zouden wegnemen. Het hof oordeelde echter dat de handelingen niet sociaal-ethisch aanvaardbaar waren en wel degelijk ontuchtige handelingen in de zin van art. 245 Sr Pro. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar eerdere jurisprudentie over de strekking van art. 245 Sr Pro.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak slechts voor wat betreft de strafmaat, omdat de redelijke termijn was overschreden. De werkstraf en de vervangende jeugddetentie worden verminderd. Het beroep wordt voor het overige verworpen, waarmee het ontuchtige karakter van de handelingen en de bewezenverklaring ongewijzigd blijven.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt ontuchtige handelingen en vermindert straf wegens overschrijding redelijke termijn.