Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
tezamen en in vereniging met één of meer anderen en/of alleen,
(telkens) opzettelijk één of meerdere bij de belastingwet voorziene aangiften, als
bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten één of meerdere
(digitale) aangiften voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over:
het jaar 2013 (zie DOC-165, p. 1222);
het jaar 2014 (zie DOC-190, p. 1382);
het jaar 2015 (zie DOC-191, p. 1395);
het jaar 2016 (zie DOC-192, p. 1408), en/of
het jaar 2017 (zie DOC-193, p. 1421),
(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen,
aanmerkelijke belangen in één of meer (buitenlandse) ondernemingen en/of
geen bank- en spaartegoeden in het buitenland aan te geven en/of vermelden,
zulks terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven.
3.De voorvragen
voorafgaandeaan de overname van aandelen in [bedrijf 1] geen (fiscaal) advies heeft ingewonnen bij [naam 1] of enige ander fiscaal adviseur. Verdachte heeft samen met medeverdachte [medeverdachte 1] op enig moment besloten om aandelen op naam te nemen in de vennootschap naar vreemd recht [bedrijf 1] .
naderhand(mondeling) heeft geïnformeerd over zijn aanmerkelijke belangen.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
114 (honderdveertien) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
57 (zevenenvijftig) dagen.