Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Overijssel
Eiser vordert betaling van €1.175, inclusief rente en kosten, met betrekking tot een bedrag van €1.025 dat zij op 11 december 2021 aan gedaagde heeft overgemaakt. Gedaagde heeft dit bedrag dezelfde dag doorbetaald aan zijn zus op Curaçao. Eiser stelt dat het om een lening aan gedaagde gaat, terwijl gedaagde betwist dat er sprake is van een lening en stelt dat het geld aan zijn zus is gegeven.
De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat er een leningsovereenkomst tussen eiser en gedaagde bestaat. De overboeking vermeldde niets over een lening en de verklaringen van eiser over afspraken met gedaagde zijn wisselend en onvoldoende concreet. Ook is niet gebleken dat gedaagde zich heeft verplicht tot terugbetaling.
Daarnaast faalt het beroep op onverschuldigde betaling omdat het bedrag is betaald aan de zus van gedaagde onder de voorwaarde dat gedaagde het bedrag aan haar zou doorbetalen, wat ook is gebeurd. Daarom is geen rechtsgrond voor terugvordering aanwezig.
De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden vastgesteld aan de zijde van gedaagde omdat deze zich niet door een professioneel gemachtigde liet bijstaan.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van €1.025 wordt afgewezen wegens ontbreken leningsovereenkomst en onvoldoende onderbouwing.