Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[Partij B] ,
2.2. V.O.F. [Partij (C 1)] , tevens handelend onder de naam [Partij (C 1)] ,
[Partij (C 2)], vennoot van gedaagde sub 2,
[Partij ( C 3)], vennoot van gedaagde sub 2,
[Partij ( C 4)], vennoot van gedaagde sub 2,
1.De procedure
2.Waar gaat deze zaak over?
3.De feiten
4.Het geschil in het incident en in conventie
5.Het geschil in reconventie
6.De beoordeling in het incident
7.De beoordeling in conventie en in reconventie
8.De beslissing
• [Partij B] en [Partij C] hoofdelijk, in die zin dat als de één betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, worden veroordeeld tot betaling van het griffierecht ad € 1.384,00, € 529,00 (1 punt) aan salaris gemachtigde en de nakosten ad € 132,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over deze bedragen vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
• [Partij B] daarenboven wordt veroordeeld tot betaling van € 114,11 aan dagvaardingskosten (één dagvaarding), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
• [Partij C] daarenboven hoofdelijk, in die zin dat als de één betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, wordt veroordeeld tot betaling van € 114,11 aan dagvaardingskosten (één dagvaarding) en € 529,00 (aantal punten minus 1) aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over deze bedragen vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;