Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
primair) zich van 25 maart 2020 tot en met 31 december 2020 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het helen van informatie afkomstig uit de politiesystemen dan wel (
subsidiair) van 25 maart 2020 tot en met 14 augustus 2020 samen met anderen medeplichtig is geweest aan oplichting door [medeverdachte 1] en/of dit strafbare feit heeft uitgelokt;
primair)
subsidiair)
3.De voorvragen
weg te nemenen zich
toe te eigenen. De feitelijke heerschappij moet kunnen worden verplaatst. De enkele omstandigheid dat een object op geld waardeerbaar is en een bepaalde waarde vertegenwoordigt is niet toereikend voor het oordeel dat het gaat om een ‘goed’. [3]
een goedheeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, spreekt de rechtbank verdachte vrij van de onder feit 1 primair ten laste gelegde heling.
( [getuige 3]) gegeven. Zij heeft toen contact opgenomen met die mensen en een afspraak gemaakt om aan huis een COVID-test te doen. Ze hoefde niet getest te worden. Ze kreeg gewoon een A4-tje met een negatief testresultaat. Ook gaven ze een zelfde testresultaat voor [getuige 2] aan haar af. Hij heeft verklaard dat hij die testuitslag dus heeft gekregen zonder dat getest is. [11]
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
opzettelijkafleveren en voorhanden hebben van dergelijke geschriften. Omdat het bestanddeel “opzettelijk” in de tenlastelegging (en daarom ook in de bewezenverklaring) ontbreekt, levert het bewezen verklaarde niet het in voornoemd artikellid opgenomen strafbare feit op. Het bewezen verklaarde valt ook niet onder het bereik van een andere strafbepaling. Verdachte moet daarom ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde worden ontslagen van alle rechtsvervolging.