Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
Camping Rammelbeek B.V., uit Lattrop-Breklenkamp, eiseres
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
De basis van de regeling is dat voor het omzetcriterium moet worden gekeken naar de omzet en baten zoals deze eerder door de ondernemer zijn gehanteerd. Dit zal in veel gevallen de omzetbepaling in de jaarrekening zijn, die consistent moet zijn met de grondslagen en detailtoepassingen zoals deze door de werkgever zijn gehanteerd in de laatste voor 1 maart 2020 vastgestelde jaarrekening. Kleine ondernemingen die geen jaarrekening maken mogen uitgaan van hun omzet in de zin van de Wet op de Inkomstenbelasting.Of vouchers, waardebonnen en andere soortgelijke middelen als omzet gelden in deze periode, is dus afhankelijk hoe en wanneer een ondernemer dit regulier in zijn administratie verwerkt en de daaraan gekoppelde regelgeving. Veelal wordt de waarde van de voucher pas als omzet geboekt in de periode waarin de onderneming de prestatie heeft geleverd, ongeacht de vraag of dat in die periode heeft geleid tot ontvangst van de geldmiddelen.” [1]
€ 39.293,60. Hierbij hoort een maximale omzet van € 157.174,40 per kwartaal.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. R.J. van Lochem, leden, in aanwezigheid vanJ.V. Poeles, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op