ECLI:NL:RBOVE:2023:4142

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 oktober 2023
Publicatiedatum
23 oktober 2023
Zaaknummer
C/08/23/124 R
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FwArt. 285 lid 1 onder f FwArt. 349a lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing en ingangsdatum wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen

De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van verzoeker tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Verzoeker verkeert in staat van betalingsonmacht en heeft aannemelijk gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. Tevens is vastgesteld dat verzoeker zich zal inspannen om de verplichtingen uit de regeling na te komen.

Verzoeker stelde dat de looptijd van de schuldsaneringsregeling moest starten op 1 augustus 2022, omdat vanaf die datum maximale afdrachten plaatsvonden. De rechtbank oordeelde echter dat de ingangsdatum moet worden bepaald aan de hand van de eerste maand waarin daadwerkelijk is afgelost, namelijk oktober 2022. Daarbij werd meegewogen dat de regeling minimaal zes maanden moet duren om de bewindvoerder de gelegenheid te geven zijn wettelijke taken goed uit te voeren.

De rechtbank verklaarde de WSNP van toepassing op verzoeker, benoemde een rechter-commissaris en stelde de vergoeding van de bewindvoerder voorlopig vast. Tevens vervielen de beslagen die op verzoeker rustten van rechtswege door de toepassing van de regeling. De ingangsdatum van de termijn van de schuldsaneringsregeling werd vastgesteld op 9 oktober 2022.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing en bepaalt de ingangsdatum op 9 oktober 2022.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Toezicht - Schuldsanering
Zittingsplaats Zwolle
insolventienummer: C/08/23/124 R
uitspraakdatum: 9 oktober 2023
Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:
[verzoeker] , wonende te [adres 1]
,
Verzoeker, verder te noemen: [verzoeker] .
Ten aanzien van de goederen van [verzoeker] is op 6 januari 2022 een onderbewindstelling uitgesproken, met benoeming van Aktiva B.V. te Hoogeveen tot (beschermings)bewindvoerder.

Het procesverloop

[verzoeker] heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 25 september 2023. [verzoeker] , de heer [naam 1] ( [bedrijf] ) en mevrouw [naam 2] en mevrouw [naam 3] (Aktiva B.V.) zijn ter zitting verschenen.

De beoordeling

[verzoeker] heeft verzocht de wettelijke schuldsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren en heeft verzocht te bepalen dat de looptijd van de schuldsaneringsregeling start op 1 augustus 2022.
De rechtbank zal eerst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en vervolgens het verzoek betreffende de eerdere ingangsdatum behandelen.
Ten aanzien van het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Voorts heeft [verzoeker] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schuldenlast in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. Tevens heeft [verzoeker] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de uit de wettelijke schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
De rechtbank zal de wettelijke schuldsaneringsregeling dan ook op [verzoeker] van toepassing verklaren.
Ten aanzien van het verzoek om te bepalen dat de ingangsdatum van de termijn van de schuldsaneringsregeling vóór de datum van toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ligt, overweegt de rechtbank als volgt.
[verzoeker] heeft aangevoerd dat hij vanaf augustus 2022 maximaal heeft afgedragen ten behoeve van de gezamenlijk schuldeisers.
Op 1 juli 2023 is de Wet verbetering doorstroom van de gemeentelijke schuldhulpverlening naar de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen in werking getreden. Als gevolg van inwerkingtreding van vorengenoemde wet is onder andere artikel 349a lid 1 Faillissementswet (Fw) aangepast, in die zin dat nu is bepaald dat de termijn van de schuldsaneringsregeling anderhalf jaar bedraagt te rekenen van de dag van de uitspraak tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285 eerste Pro lid onder f, indien die dag eerder is gelegen.
Uit het in het verzoekschrift opgenomen overzicht van maandelijkse afdrachten maakt de rechtbank op dat de eerste aflossing in het minnelijk traject in oktober 2022 heeft plaatsgevonden. Ter zitting is toegelicht dat de eerste aflossing onder andere bestond uit de spaarcapaciteit van de maanden augustus en september 2022, zodat het verzoek is om de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling op 1 augustus 2022 te bepalen. De rechtbank is echter van oordeel dat de ingangsdatum moet worden bepaald aan de hand van de eerste maand waarin daadwerkelijk is afgelost, hetgeen oktober 2022 is. De rechtbank heeft bij die bepaling ook betrokken dat de rechtbank van oordeel is dat de wettelijke schuldsaneringsregeling minimaal zes maanden moet duren om de bewindvoerder de gelegenheid te geven zijn of haar wettelijke taken goed te kunnen uitvoeren. De rechtbank zal de ingangsdatum van de termijn van de schuldsaneringsregeling dan ook bepalen op 9 oktober 2022.
Tenslotte overweegt de rechtbank dat door de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling de ten laste van [verzoeker] gelegde beslagen van rechtswege zijn komen te vervallen.

De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker]
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. R.P. van Eerde,
en tot bewindvoerder [naam 4] ,
[adres 2]
;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan [verzoeker] gerichte brieven en telegrammen;
- stelt de vergoeding voor de bewindvoerder gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling voorlopig vast op de bedragen zoals bepaald in het op 1 oktober 2013 in werking getreden Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering, en brengt deze bedragen ten laste van de boedel.
- bepaalt dat de bewindvoerder - bij wijze van voorschot - van deze vergoeding gemiddeld per maand een bedrag mag opnemen van maximaal het maandbedrag van het looptijdafhankelijke deel, te vermeerderen met 1/36 van het looptijdonafhankelijke deel, een en ander vanaf de maand waarin de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van kracht is (een gedeelte van een maand daaronder begrepen) en uitsluitend wanneer het saldo op de ten behoeve van de wettelijke schuldsaneringsregeling geopende bankrekening dit toelaat;
- bepaalt op grond van artikel 349a lid 1 Faillissementswet dat de ingangsdatum van de
termijn van de schuldsaneringsregeling 9 oktober 2022 is.
Gewezen te Zwolle door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 oktober 2023 in tegenwoordigheid van de
griffier.