ECLI:NL:RBOVE:2023:4250
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing vordering tot terugbetaling wegens niet voltooid schilderwerk
De zaak betreft een geschil over een overeenkomst van aanneming van werk waarbij de gedaagde schilderwerkzaamheden aan de woning van eiser verrichtte. De werkzaamheden werden verspreid over drie jaren, maar de gedaagde stopte in 2022 met zijn schildersbedrijf terwijl het werk niet was afgerond. Eiser had het volledige bedrag van € 12.698,88 al betaald en vordert nu terugbetaling van een deel van dit bedrag wegens ontevredenheid over het opgeleverde werk.
De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst feitelijk is geëindigd door een stilzwijgende opzegging door eiser, gebaseerd op vertrouwensbreuk en het niet toestaan van verdere werkzaamheden door gedaagde. De rechtbank oordeelt dat eiser recht heeft op terugbetaling van € 4.814,94, het bedrag dat overeenkomt met het niet uitgevoerde schilderwerk, en wijst de vordering tot terugbetaling van 50% van de aanneemsom af wegens onvoldoende onderbouwing.
Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van € 606,49 toegekend, zijnde het maximale tarief conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, en wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van eiser. De vordering tot ontbinding van de overeenkomst wordt afgewezen omdat deze niet voldoende is onderbouwd en niet expliciet is uitgesproken.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 4.814,94 plus wettelijke rente en incassokosten wegens niet voltooid schilderwerk.