ECLI:NL:RBOVE:2023:4965
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Overijssel vernietigt terugwerkende hersteldverklaring ZW-uitkering en stelt toekomstige datum vast
Eiseres, werkzaam als magazijnmedewerkster, meldde zich ziek na een bedrijfsongeval en ontving een ZW-uitkering. Na een zwangerschaps- en bevallingsuitkering meldde zij zich opnieuw ziek per 1 september 2022. Het UWV verklaarde haar per 1 september 2022 arbeidsgeschikt en beëindigde de ZW-uitkering met terugwerkende kracht. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat de beperkingen onvoldoende waren vastgesteld en dat de hersteldverklaring niet met terugwerkende kracht kon worden toegepast.
De rechtbank beoordeelde de medische en arbeidskundige rapporten en concludeerde dat het UWV terecht oordeelde dat eiseres arbeidsgeschikt was voor de geselecteerde functies. Echter, de beëindiging van de ZW-uitkering per 1 september 2022 was niet zorgvuldig tot stand gekomen omdat eiseres niet redelijkerwijs eerder kon begrijpen dat zij hersteld was. De rechtbank stelde vast dat de hersteldverklaring pas per 6 januari 2023 geëffectueerd kon worden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat eiseres recht heeft op een ZW-uitkering over de periode van 1 september 2022 tot en met 5 januari 2023. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV moet de ZW-uitkering beëindigen per 6 januari 2023 met vergoeding van proceskosten aan eiseres.