Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[bedrijf 1] B.V.,
1.[gedaagde 1], wonend in [woonplaats 1], Turkije,
[gedaagde 2], wonend in [woonplaats 2],
1.Samenvatting
2.Procesverloop
3.De feiten
4.De vorderingen
- I) voor recht te verklaren dat [gedaagde 1] zijn taak als bestuurder van [bedrijf 1] BV kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld in de zin van artikel 2:248 BW Pro, en dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement;
- II) voor recht te verklaren dat [gedaagde 1] zijn taak als bestuurder van [bedrijf 1] BV niet behoorlijk heeft vervuld in de zin van artikel 2:9 BW Pro;
- III) [gedaagde 1] te veroordelen tot vergoeding van het faillissementstekort, zoals dat zal komen vast te staan na een te houden verificatievergadering; en/of [gedaagde 1] te veroordelen tot vergoeding van de schade die [bedrijf 1] BV door zijn onbehoorlijke taakvervulling heeft geleden, te begroten in een schadestaatprocedure;
- IV) [gedaagde 1] te veroordelen om een voorschot van € 150.000 te betalen;
- V) voor recht te verklaren dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatig tegenover [bedrijf 1] BV en/of haar schuldeisers hebben gehandeld door betalingen te ontvangen die [bedrijf 1] BV zonder rechtsgrond aan hen heeft gedaan;
- VI) voor recht te verklaren dat [gedaagde 1] onrechtmatig tegenover [bedrijf 1] BV en/of haar schuldeisers heeft gehandeld door drie voertuigen die eigendom waren van [bedrijf 1] BV op eigen naam te stellen zonder daarvoor een vergoeding aan [bedrijf 1] BV te betalen;
- VII) [gedaagde 1] te veroordelen om € 1.321.791 aan de curator te betalen;
- VIII) [gedaagde 2] te veroordelen om € 392.112 aan de curator te betalen.
5.De beoordeling
zoals afgesproken”).