Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2].
Rechtbank Overijssel
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen voor de duur van een jaar, vanwege zorgen over de thuissituatie. De moeder van de kinderen is recent gescheiden van de stiefvader, waarbij sprake was van huiselijk geweld en onveilige omstandigheden. Sindsdien is de situatie verbeterd en ontvangt het gezin hulp van MelCura binnen een vrijwillig kader.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de moeder aan dat zij de hulpverlening volledig accepteert en op zoek is naar een veilige woonplek. De kinderen vinden een ondertoezichtstelling niet nodig en ervaren de hulp van MelCura als voldoende. De gecertificeerde instelling erkent de vooruitgang maar adviseert terughoudendheid.
De kinderrechter concludeert dat de vrijwillige hulpverlening passend is en dat een ondertoezichtstelling op dit moment niet noodzakelijk is. De beslissing tot afwijzing wordt genomen mede omdat de Raad geen bereidheid toont tot verdere aanhouding voor nader onderzoek. De moeder behoudt het gezag en het gezin kan in veiligheid verder met de huidige hulpverlening.
De beschikking is op 5 december 2023 mondeling gegeven en op 11 december schriftelijk vastgesteld. Hoger beroep is mogelijk via het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat vrijwillige hulpverlening voldoende is en de situatie is verbeterd.