Eiseres verzocht om openbaarmaking van documenten met betrekking tot het door verweerder gesubsidieerde TAPER-AD onderzoek, waaronder de studie-opzet, financiering en naam van de co-financier. Verweerder maakte documenten gedeeltelijk openbaar en weigerde bepaalde passages op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De rechtbank oordeelde dat verweerder bij het weglakken van passages zorgvuldig te werk is gegaan en dat de weigeringsgronden voldoende zijn gemotiveerd. De rechtbank stelde vast dat openbaarmaking van informatie over de studie-opzet de blindering van het onderzoek zou aantasten, waardoor de validiteit en haalbaarheid van het onderzoek in gevaar komen. Ook de belangen van onderzoekers, patiënten en subsidie-aanvragers wegen zwaar.
Ten aanzien van de financiering en de naam van de co-financier oordeelde de rechtbank dat openbaarmaking zou leiden tot onevenredige benadeling van de betrokken onderzoekers en derde partijen vanwege vertrouwelijke bedrijfsgegevens en concurrentiegevoelige informatie. Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit werd gegrond verklaard vanwege een wijziging van het besluit, maar het beroep tegen het gewijzigde besluit werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.