ECLI:NL:RVS:2019:3101
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester Dordrecht over weigering openbaarmaking Wob-documenten
De appellant verzocht de burgemeester van Dordrecht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om diverse documenten met betrekking tot de Aanpak Overlast en Ondermijning Dordrecht openbaar te maken. De burgemeester wees het verzoek gedeeltelijk toe en weigerde openbaarmaking van meerdere documenten, onder meer vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het belang van opsporing en vervolging.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de belangenafweging juist was gemaakt en dat het persoonlijke belang van appellant geen rol speelt in de publieke belangenafweging volgens de Wob. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het belang van openbaarmaking onvoldoende had meegewogen, en dat bepaalde documenten onterecht waren geweigerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht het persoonlijke belang van appellant niet heeft betrokken bij de belangenafweging. Wel werd geoordeeld dat de burgemeester ten onrechte hoofdstuk 2 van een rapport (document 8) en de naam van appellant in een actorenlijst (document 9) niet openbaar heeft gemaakt. De Afdeling vernietigde het besluit van 5 oktober 2017 en het eerdere besluit van 29 juni 2017 voor zover deze informatie werd geweigerd en bepaalde dat deze alsnog openbaar moet worden gemaakt.
Daarnaast werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en zorgt voor verstrekking van de genoemde informatie aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de burgemeester wordt verplicht de naam van appellant en hoofdstuk 2 van document 8 openbaar te maken.