De eiser, werkzaam als Leerling Helpende zorg en welzijn bij De Amanshoeve, beëindigde haar arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2023. De werkgever hield bij de eindafrekening diverse bedragen in verband met studiekosten. De eiser vorderde in kort geding terugbetaling van deze inhoudingen en betwistte de rechtmatigheid hiervan.
De rechtbank stelde vast dat de studiekostenovereenkomst een beding bevatte waarbij de werknemer bij voortijdige beëindiging een deel van de kosten moest terugbetalen. De eiser baseerde haar vordering primair op de Wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden (art. 7:611a BW) en subsidiair op de toepasselijke CAO VVT, die voorschrijft dat functiegerichte en door de werkgever verplichte scholing volledig wordt vergoed.
De kantonrechter oordeelde dat het niet was toegestaan om studiekosten te verrekenen met het salaris, ook niet bij beëindiging van het dienstverband. De CAO-bepaling werd objectief uitgelegd en liet geen ruimte voor een uitzondering. De Amanshoeve werd veroordeeld tot betaling van het ingehouden bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 25%, alsmede buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.