De rechtbank Overijssel heeft het beroep van Vogelbescherming Nederland tegen de natuurvergunning voor het doden van ganzen in en rond Overijsselse Natura 2000-gebieden in de zomerperiode gegrond verklaard. De vergunning, verleend aan de Faunabeheereenheid Overijssel, is herroepen omdat de vergunde activiteit onvoldoende is beschreven en de passende beoordeling niet volledig inzicht geeft in de gevolgen van de activiteit.
De rechtbank baseert zich daarbij onder meer op het eindverslag van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB), die concludeert dat verstoringen door jagers, honden en voertuigen onvoldoende zijn meegenomen. Ook is onvoldoende rekening gehouden met de mogelijke significante negatieve effecten op beschermde broedvogelsoorten en de cumulatieve effecten van andere projecten, waaronder de wintervergunning.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 2.8, derde lid, van de Wet natuurbescherming, alsmede met bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht omtrent zorgvuldigheid en motivering. Daarom vernietigt zij het besluit en herroept het primaire besluit. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.