Partijen sloten een huurovereenkomst voor woon- en bedrijfsruimte vanaf 1 augustus 2022 tegen €1.800 per maand. Huurster betaalde elf termijnen niet en stelde gebreken aan het gehuurde vast, waaronder lekkage, defecte cv-ketel, rioleringsproblemen en schimmel. Zij vorderde huurprijsvermindering en schadevergoeding wegens verminderd huurgenot.
Tijdens de mondelinge behandeling bereikten partijen overeenstemming over de einddatum van de huurovereenkomst, uiterlijk 1 mei 2024. De kantonrechter beoordeelde vervolgens de gebreken, achterstallige huur, huurprijsvermindering en schadevergoeding. De rechter stelde vast dat diverse gebreken bestonden en dat huurster recht had op 50% huurkorting van augustus 2022 tot augustus 2023 en 25% vanaf september 2023.
De schadevergoeding werd deels toegewezen voor herstelwerkzaamheden en bedrijfsschade, terwijl de huurachterstand na verrekening nihil bleek. Het boetebeding werd gematigd tot nihil wegens onaanvaardbaarheid. De kantonrechter veroordeelde huurster tot betaling van huur vanaf februari 2024 tot mei 2024 tegen verminderd tarief en veroordeelde verhuurder tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.