Uitspraak
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
4.
[eiser 4],
5.
[eiser 5],
6.
[eiser 6],
7.
[eiser 7],
Rechtbank Overijssel
In april 2021 kocht de gedaagde partij een camping en kreeg zij in september nieuwe aandeelhouders. Kort daarna, op 6 september 2021, zegde zij alle standplaatsovereenkomsten op vanwege grootschalige renovatieplannen. Eisers, die elk een standplaats huurden, vorderden een verklaring voor recht dat de opzegging onrechtmatig was en schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was en niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De renovatieplannen vormden een zwaarwegende grond voor opzegging en de opzegtermijn van circa vier maanden was ruimer dan contractueel vereist. Eisers hadden niet tijdig geïnformeerd hoeven worden over de precieze toekomstplannen, omdat deze pas in de zomer van 2021 concreet werden.
Wel werd geoordeeld dat gedaagde aan eiser 1 een redelijke vergoeding van €1.500 moest betalen, omdat diens standplaatsovereenkomst slechts vier maanden voor de opzegging was gesloten en de gemaakte investeringskosten in verhouding stonden tot de korte verblijfsduur. De overige vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De opzegging van de standplaatsovereenkomsten is rechtsgeldig, maar gedaagde moet eiser 1 een vergoeding van €1.500 betalen.