Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 28 januari 2014
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
"RECRON
Het recreatiebedrijf waar u wilt reserveren is aangesloten bij RECRON. Dit is de brancheorganisatie van en voor recreatieondernemers. (…). RECRON heeft namens de aangesloten ondernemers, samen met de ANWB en de Consumentenbond, waarbij de laatste twee uw belangen hebben behartigd, spelregels opgesteld: de RECRON-voorwaarden. Afgesproken is dat alle bij RECRON aangesloten ondernemers zich aan deze regels houden (…)
Artikel 1: Definities Pro
Artikel 2: Inhoud Pro overeenkomst
(…)
Artikel 3: Duur Pro en afloop van de overeenkomst
Artikel 10: Be Proëindiging overeenkomst
(…)
"om tot opzegging te kunnen overgaan moet de ondernemer een concreet en uitvoerbaar plan hebben in die zin dat een eventueel benodigde vergunning, wijziging of ontheffing van het bestemmingsplan is verleend, dan wel op redelijke termijn te verwachten is"op de in geding zijnde opzegging van toepassing heeft geacht. De stelling dat de RECRON-voorwaarden een codificatie zijn van recente jurisprudentie, is niet onderbouwd. De Ridderhof c.s. meent dat het herstructureringsplan waarvoor de vaste plaatsen moesten worden opgeheven bij de opzegging voldoende concreet was: het plan voorzag in een herverkaveling, waarbij het aantal kavels, de concrete indeling en de ligging van de overige infrastructuur reeds bekend waren. Bovendien waren er geen bestuursrechtelijke problemen te verwachten, omdat de plaatsing van de nieuwe recreatiebungalows binnen de mogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan viel, en een nieuw bestemmingsplan in de maak was dat ruimere mogelijkheden bood. Dit betekent – aldus De Ridderhof c.s. – dat als al geoordeeld zou worden dat voldaan moet zijn aan de aangescherpte bepalingen zoals die gelden per 1 januari 2013, dit oordeel niet aan de opzegging in de weg kan staan. Ook op grond van die bepalingen is immers niet vereist dat de vergunningen en ontheffingen reeds verkregen zijn ten tijde van de opzegging, maar (slechts) dat deze op redelijke termijn te verwachten zijn, waarbij de verwachting dient te worden getoetst aan de omstandigheden ten tijde van de opzegging. De Ridderhof c.s. heeft in dat kader verwezen naar de hiervoor onder 2.13 bedoelde uitspraak, waarbij De Ridderhof c.s. benadrukt dat de vertraging in het bestuursrechtelijke traject is te wijten aan de Gemeente en de huurders, zodat deze vertraging niet in haar nadeel mag worden uitgelegd. De toetsing of voldaan is aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 10, lid 3 dient ex nunc te geschieden. De omstandigheid dat wijzigingen zijn doorgevoerd in het herstructureringsplan, doet derhalve aan de geldigheid van de opzegging niet af, de opzeggingsgrond blijft immers dezelfde, aldus nog steeds De Ridderhof c.s..