In deze zaak draait het om vier fietsen die door de verkoper zijn omgebouwd tot elektrische fietsen. De consument klaagt over herhaaldelijke gebreken aan drie van deze fietsen, die na reparaties steeds weer terugkeerden. De consument heeft de koop buitengerechtelijk ontbonden en vordert terugbetaling van het aankoopbedrag en schadevergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat de consument onvoldoende heeft onderbouwd dat de fietsen na de laatste reparatie non-conform zijn. Er ontbreekt deskundige bevestiging van gebreken en de verkoper is niet in de gelegenheid gesteld de fietsen te onderzoeken. Het aantal reparaties wordt niet als buitensporig beschouwd gezien de aard van omgebouwde fietsen.
Daarnaast faalt het beroep op dwaling en oneerlijke handelspraktijk omdat de consument onvoldoende bewijs levert van onjuiste mededelingen of misleiding door de verkoper. De consument wist van de ombouw en de mogelijke beperkingen. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan grondslag.
De primaire vorderingen worden afgewezen en de consument wordt veroordeeld in de proceskosten. De tegenvordering van de verkoper komt niet aan de orde.