ECLI:NL:RBOVE:2024:1533
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen biomassa-installatie wegens geldige milieuvergunning
Eiseres, Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., verzocht het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel om handhavend op te treden tegen de biomassa-installatie van Biogas Heeten B.V. Het college wees dit verzoek in 2020 af en handhaafde deze beslissing na bezwaar. De rechtbank verklaarde het bezwaar in 2022 gegrond en gaf het college opdracht opnieuw te beslissen. Het college handhaafde vervolgens opnieuw de afwijzing met een gewijzigde motivering.
De kern van het geschil betrof de vraag of de biomassa-installatie zonder geldige vergunning in strijd handelde met artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming. Het college stelde dat de milieuvergunning van 1 augustus 2006 onherroepelijk is en voldoet aan de vereisten van de Habitatrichtlijn, waardoor geen aanvullende vergunning nodig is. Eiseres voerde aan dat deze vergunning geen natuurvergunning vervangend besluit is en dat een passende beoordeling ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat de milieuvergunning van 1 augustus 2006 wel degelijk als een natuurvergunning vervangend besluit kan worden aangemerkt, ondanks dat de beoordeling wellicht niet volwaardig was volgens de huidige inzichten. De rechtbank verwierp het beroep op het arrest Aqua Pri omdat de situatie niet vergelijkbaar is. Gezien het onherroepelijke karakter van de vergunning en het ontbreken van een overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb, was het college niet bevoegd tot handhaving. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek tegen de biomassa-installatie blijft afgewezen.